Skating systeem – bepaling uitslag

Om de uitslag van een danswedstrijd te bepalen wordt het zogenaamde Skating systeem gebruikt.

Het skating systeem bestaat uit 11 regels om de uitslag te bepalen. Hieronder staat een korte uitleg over de 11 regels:

  1. In alle rondes moet ieder jurylid zijn stem uitbrengen op het aantal paren dat gevraagd wordt door de chairman.
  2. In de finale zal ieder jurylid de paren per dans rangschikken.
  3. In de finale zal het jurylid voor iedere dans zijn eerste paar aantekenen als nummer 1, zijn tweede paar als nummer 2 etc.
  4. Het jurylid mag de paren in de finale niet gelijk plaatsen.
  5. De winnaar van een afzonderlijke dans is het paar dat als eerste is geplaatst door een absolute meerderheid van de jury. Het tweede paar is het paar dat de absolute meerderheid in de “tweede of hogere” plaats heeft behaald. De resterende plaatsen worden op dezelfde wijze toegekend.
  6. Als twee of meer paren een meerderheid hebben voor dezelfde plaats dan wordt de plaats toegewezen aan het paar met de grootste meerderheid voor deze plaats. Het paar met de volgende grootste meerderheid wordt de volgende plaats toegewezen.
  7. a. Wanneer de meerderheid van regel 6 gelijk is, dan wordt de plaats toegewezen aan het paar met de laagste som van de plaatsen voor deze meerderheid.
    b. Wanneer de som van de plaatsen gelijk is, dan moet u hetzelfde herhalen maar dan met de volgende lagere plaats (of plaatsen indien noodzakelijk).Als deze methodiek is toegepast tot en met de laagste plaats en de paren zijn dan nog gelijk dan geldt dat deze paren gelijk geeindigd zijn.
  8. Als geen van de paren een meerderheid voor de eerste plaats heeft dan worden de plaatsen “tweede en hoger”meegeteld. Zolang er geen meerderheid is herhaalt u dit door steeds een plaats lager mee te tellen totdat een van de paren een meerderheid heeft behaald (zie ook regels 6 en 7).
  9. a. Als alle dansen zijn gedanst worden de resultaten van iedere dans overgebracht in de skating tabel. Deze tabel laat de plaats van elk paar in de diverse dansen zien.
    b. Als twee of meerdere paren hetzelfde totaal aantal punten hebben dan is er een “tie”voor de betreffende plaats. In dit geval dient regel 10 gebruikt te worden om de plaats van de paren te bepalen.
  10. a. Als er een “tie” is voor de eerste plaats, dan is het paar met de meeste gewonnen dansen de winnaar.
    b. Als er voor twee paren een “tie”is voor de tweede plaats, dan wordt het paar met de meeste 2de plaatsen en hoger geplaatst op de tweede plaats.
    c. Als er meer dan twee paren betrokken zijn bij een “tie”voor de tweede plaats, dan wordt de tweede plaats toegekend aan het paar met de meeste tweede plaatsen en hoger. Als de paren het zelfde aantal tweede plaatsen en hoger hebben, tel dan de plaatscijfers bij elkaar op. Aanhet paar met de laagste totaal wordt de tweede plaats toegekend. De overige paren uit de “tie”worden nu voor de derde plaats opnieuw berekend. Ook hierbij geldt dat het paar met de meeste derde plaatsen en hoger wordt geplaatst op de derde plaats. Als het aantal derde plaatsen en hoger gelijk is, dan geldt dat het paar met de laagste som van de derde plaatsen en hoger als derde geeindigd is. Dit dient herhaald te worden totdat alle paren uit de “tie” zijn geplaatst.
    d. Als er een “tie”is voor de resterende plaatsen dan wordt de plaatsing op dezelfde wijze berekend als onder punt c aangegeven.
    e. Er zal een “tie”zijn volgens regel 10 als aan de volgende bepaling is voldaan:
    1. Als de paren van de “tie” het zelfde aantal gewonnen dansen hebben.
    2. Als geen van de paren betrokken bij de “tie” een dans hebben gewonnen.
    3. Als de paren van de “tie” het zelfde aantal plaatsingscijfers of hoger hebben en de som van de
    plaatscijfers gelijk is.
    4. Als geen van de paren betrokken bij de “tie” een plaatscijfer of hoger hebben voor de plaats in
    kwestie.
  11. Als er nog een “tie” is na het toepassen van regels 9 en 10:
    Wanneer er na het toepassen van regels 9 en 10 nogsteeds een “tie” is, dan worden de gehaalde plaatsen over alle dansen van de betreffende paren verwerkt. Zie de regels 5 tot 8.
    a. Als er een “tie” is voor de eerste plaats dan wint het paar met het grootste aantal eerste plaatsen. Het aantal dient wel hoger te zijn dan de meerderheid van de juryleden.
    Stel: 4 dansen en 5 juryleden dan is de meerderheid 11 (4 x 5) / 2 + 1.
    Als de meederheid niet gehaald wordt, handel dan als bij regel 8.
    b. Als er een “tie” is voor de tweede plaats dan wint het paar met het grootste aantal tweede en eerste plaatsen. Ook hierbij geldt dan het aantal bij een van de paren gelijk aan of hoger moet zijn dan de meerderheid van de juryleden.
    c. Een “tie”voor de overige plaatsen wordt op dezelfde wijzge berekend.
    d. Wanneer drie of meer paren volgens regel 10 een “tie” hebben voor dezelfde plaats (bijvoorbeeld de tweede plaats), dan wordt regel 11 toegepast op alel paren die bij de “tie” betrokken zijn. Als de tweede plaats is toegekend dan worden de overige paren weer berekend volgens regel 10 maar dan voor de derde plaats. Als deze paren voor de derde plaats gelijk zijn dan wordt regel 11 toegepast voor de derde plaats of hoger.

Heeft u nog vragen of heeft u interesse om scrutineer te worden op danswedstrijden, neem dan contact op met sportsdirector@nadb.eu